Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Home Voorwoord Achttienhoven - Westbroek Veenendaal - Utrecht Horssen Ameide-Odijk-Zeist de Betuwe - Bommelerwaard Friesland Ede - Bennekom - Renswoude Het Gooi Downloads 

Veenendaal - Utrecht

Het Veenendaals – Utrechts geslacht “ LAM “ De voorouder van dit geslacht “LAM” is, zo ver mij bekend, ene I Wauter ( ook Wouter ) Lam, brouwer, ouderman, getrouwd met ene Alith. Hij woonde in het jaar 1487 waarschijnlijk in Utrecht en had 4 kinderen. Wauter is vóór 1508 overleden. Zijn kinderen waren: 1 Marie Lam, overleden in 1483 2 Lijsbet Lam, ook overleden in 1483 3 Jacob Lam, trouwt met Marie Hermansdr. van Linschoten, en overlijdt kinderloos. Jacob en Marie vermaken al hun goederen aan de kerk van St. Niclaes, de conventen van St Agnieten en de St. Beigitten. 4 Jacob Lam (de Jonge) (volgt II). II Jacob Lam (de jonge), geboren in Utrecht ?, als zoon van Wauter Lam en Alith, is omstreeks 1563 overleden. Hij is vermoedelijk 2 maal getrouwd geweest, en wel: 1 met Adriana Bogaerts, waarschijnlijk familie van de veengenoten Frans en Jan Bogaert. Uit dit huwelijk: 1 IJsbrand Lam (volgt III) 2 Janna Lam, geboren te Utrecht, is overleden in 1604. Zij is 2 maal getrouwd geweest, en wel 1. Gerrit Jansz. Benningh, zoon van Jan Benningh en Trijn Stansdr. Hij overlijdt voor 1578 2. Gerrit Bogaert, zoon van Frans Bogaert en Lijsbet Boel. 3 Emmetien Lam, ook geboren in Utrecht en getrouwd met Floris Foeyt. Ook hij is overleden voor 1578 2 met Hillegond, dochter van Jan Hermansz. en Lijsbet Ploos Van Jacob is heel wat bekend, daar hij veengronden in zijn bezit had in de Gelderse- en Utrechtse venen. Op 27 april 1546 is er op een vergadering in de Abdij van St. Pouwels te Utrecht door de veengenoten van de Gelderse- en Utrechtse venen een besluit genomen voor het graven van de Grift. Om in het bestuur van de veengebieden te komen moesten de eigenaren een minimum aan veengrond inbrengen. Jacob had samen met zijn schoonzoon Floris Foeyt 16 morgen in de Witte Eder venen, 9 morgen in de Witte Hoever venen, 3 morgen in de Zwarte Hoever venen en 26 morgen in de Maander venen. Hij werd in dit jaar ook gekozen om aanwijzingen te geven aan de werklieden die de Grift moesten graven. Daar hij steeds van Utrecht af moest komen, is hij in 1549 aan de Gelderse zijde van de venen gaan wonen (de tegenwoordige Buurtsteeg in Veenendaal). In april 1549 wordt er een bestek gemaakt door Jacob voor de bouw van een schut en twee bruggen. In het jaar 1550 wordt de Veenraad opgericht door o.a. Jacob. Dit wordt de uitvoerende macht (zoals een gemeentebestuur) van het dorp Veenendaal. Jacob had ook een wapen, want deze is gevonden in de kerk in Utrecht op zijn grafsteen. Helaas is de datum onleesbaar geworden. III IJsbrand Lam, geboren begin 1500 in Utrecht, als zoon van Jacob Lam en Adriana Bogaerts, trouwt met Dirckgen Bogaert, dochter van veengenoot Frans Bogaert en Adriana Aers. Uit dit huwelijk o.a: 1 Emmetje, trouwt met Geerloff Lambertsz. Brandenburch. Hij was in het jaar 1581 pooster van Stavoren. Ook van IJsbrand is veel bekend. In 1558 werd hij de nieuwe “Cameraar” van de Veenraad, een soort penningmeester. De Heereveense compagnie (Schoterlandse Compagnie) werd in 1551 opgericht door Peter van Dekema (zeer invloedrijke en rijke Fries), Jan van Cuijck en Floris Foeijt (beiden uit Utrecht). De laatste was de zwager van IJsbrand en schoonzoon van eerder genoemde Jacob Lam. In 1573 ontvangt IJsbrand in een eeuwig durende erfpacht 20 morgen veen in Scooterboeren (het latere Heereveen) ( Datering 28 februari 1573 NB Inv. nr. 2; Afschrift op papier door notaris Mich. Hoors te Utrecht d.a. 1573. Vindplaats Tresoar (Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum. Klooster Sion bij Niawier) 02 Jasper van Egmond van Meresteijn, coadjutor der Duitse Orde, en Ysbrant Lam komen overeen dat laatstgenoemde van de commanderie van Scooten in eeuwigdurende erfpacht zal ontvangen 20 morgen veen in Scooterboeren ten westen van de heerweg, genaamd de Dracht, tegen een canon van 70 Caroligulden 's jaars met recht van waterlozing in de Heerengrift en verdere rechten op die waterweg tot in zee volgens bestaand contract tussen de commanderie en de Hoofden der Compagnie.; Opten lesten Februarij anno duijsent vijffhondert drie ende tzeventich stilo communi. 7 maart 1578 is de dag waarop IJsbrand en zijn vrouw Dirckgen verschillende goederen uit de Maandervenen overdragen aan Aert Foeyt. Op 2 april 1578 wordt IJsbrand met zijn twee zussen (op dat moment beide weduwen) mede-participant in de Friese Venen. Deze venen vormden het latere Heereveen. Op 9 juli 1583 is er een akte opgesteld van een executorale verkoop, waarbij IJsbrand met zijn zussen een stuk veengrond kopen. Archieftitel: Decama-, Cuyck- en Foeyts Veencompagnie (Schoterlandse Veencompagnie) 325 9 juli 1583; Executoriale verkoop ten verzoeke van Jan Willemsz bekker en burger binnen der stede Leeuwarden, voor zich en van wege Syouck Pietersdr zijne huisvrouw, triumphant en impetrant ter eener, tegen mr. Jacob Herbaium, advocaat en Frans Tyuaerdstsz lakenkooper en burger aldaar, als borgen ten behoeve van IJsbrant Lam en Dirckien Bogaerts, echtelieden voor de som van 500 goudgulden originele debiteuren ter andere zijde, volgens acte van condematie van de Hove van Friesland, d.d. 4 maart 1580, van zekere perceelen van veenen, gelegen in Brongerga, Katlijk, Nieuwehorne, Oudehorne, Schurega, Jubbega en Hoornsterzwaag, alzoo zij daar gelegen en IJsbrant Lam de gecondemneerde in loting onder letter B toegevallen zijn gekocht door Emmeken Lammen, weduwe van wijlen Florijs Feyten en Janneken Lammen, weduwe van wijlen Gerryt Benninck, nu huisvrouw van Gerryt Fransz elk voor de helft en iedere roede voor 33 goudgulden. Authentieke kopie, houdende 14 bladen met perkamenten omslag; het aangehangen hebbende Hofszegel ontbreekt. 1584. Hij heeft in zijn leven al op verschillende plaatsen gewoond, want in het jaar 1582 was hij poorter van Medemblik. Waarschijnlijk heeft hij in West Friesland ook veengronden gehad.************* In 1586 laat de Graaf van Leichester zich uitroepen tot Landvoogd der Nederlanden tegen de zin in van Koningin Elisabeth I van Engeland. Rond de jaarwisseling vinden er in Veenendaal meningsverschillen plaats tussen de in Wageningen gelegerde Engelse troepen. De toenmalige pastoor Frederik Taets werd op 10 februari van dat jaar op een reis tussen Rhenen en Veenendaal door de Engelsen gearresteerd en naar Wageningen overgebracht. Op 13 februari krijgen ze in Veenendaal bericht dat ze onderhandelaars moeten zenden, waarbij o.a. de veenraden Claes Gerritsoen Lam en Cornelis Aelbertsoen Lam bij moesten zijn. De veenraden zijn er niet op in gegaan, daar er geld geeist werd voor vrijlating. Met ordinaire afpersing liet men zich toen ook al niet in. Het is niet bekend hoe lang de pastoor nog gevangen heeft gezeten. Uit dit alles blijkt wel, dat er meerdere families "Lam" in Veenendaal hebben gewoond. Of dit allemaal familie van elkaar was is niet bekend, maar van sommige families is het niet uitgesloten, daar er veel dezelfde voornamen voorkomen. Cornelis heeft waarschijnlijk broers gehad, want in 1598 is ene Christiaen Aelbertsoen Lam tot veenraad benoemd, en er is ook nog een Baernt Aelbertsoen Lam, maar deze was schepen in Schoonhoven (1586). Ook heeft Baernt, samen met een Aert Cornelissen Lam een erfenis ontvangen, waarvan akte in Montfoort in 1625 (not. Akte 26-11-1625 (erfgenaam) Montfoort akte 1446-130-131-135). Ook mijn voorouder kwam uit deze buurt, en kan dus familie zijn. Dit is tot op heden nog niet aantoonbaar. Ook is er een Hendrik Lam geweest, want zijn zoon Frans Hendriksz. Lam en zijn vrouw Hendrikje Thonisdr. hebben in 1606 de herberg “De Hulck” overgenomen van Jan Thonisz. en Dorothea van Harn. De prijs is niet bekend, maar er is wel 1.000 gulden hypotheek in gegaan. Deze herberg bevond zich op de hoek van de Hoofdstraat en de Hoogstraat zoals dat tegenwoordig daar heet. Frans heeft voor die tijd beslist niet slecht geboerd, want vele vergaderingen en feesten werden daar gehouden, waarbij de rekening vaak flink opliep. Hij moet in het jaar 1618 redelijk vermogend zijn geweest, want voor de kostenbestrijding voor de strijd tegen de Spanjaarden werd er een speciale belasting geheven, waarbij hij 5 pond moest betalen. De hoogste was 12 pond, en hij kwam op de 7e plaats met zijn 5 pond, terwijl bij vele inwoners van Veenendaal nog in centen werden afgerekend. In 1621 is er in ieder geval een Cornelis Gerritsz. Lam veenraad. Hij moest worden gearresteerd wegens een conflict met Jonker Dirk van Berchem. Deze wilde niet betalen voor de doorvaart met turf door de Grift. De Jonker werd door het gerecht in het gelijk gesteld, maar de veenraden proberen de jonker zo veel mogelijk dwars te zitten, totdat dit uitloopt op een arrestatiebevel tegen Cornelis. De arrestatie vond geen doorgang, daar Cornelis op dat moment niet thuis was.